Hoe ernstig is een ernstige fout?

De Poolse rechter vroeg zich af of het in overeenstemming is met de Europese richtlijnen te verordonneren dat een partij geweerd moest worden omdat deze eerder een overeenkomst met de Poolse postdienst niet deugdelijk was nagekomen waarop de postdienst die overeenkomst opzegde wegens wanprestatie.

Het Hof van Justitie in Luxemburg boog zich over de vraag en antwoordde dat een lidstaat deze uitsluitingsgrond, en in het bijzonder de begrippen ‘ernstige’, ‘fout’ en ‘bij de beroepsuitoefening’, in de nationale regels mag verduidelijken. Maar wel binnen de grenzen van de Europese richtlijnen. Het begrip ‘fout bij beroepsuitoefening’ omvat elk onrechtmatig gedrag dat invloed heeft op de geloofwaardigheid van de betrokken marktdeelnemer. Dit betekent niet dat elke onjuiste, on-
nauwkeurige of gebrekkige uitvoering van een overeenkomst (of deel ervan), automatisch een ‘ernstige fout’ is, hoezeer dat ook kan wijzen op beperkte vakbekwaamheid. Van een ernstige fout is gewoonlijk slechts sprake bij kwade opzet of nalatigheid van zekere ernst.

Het Hof oordeelt dat het te ver gaat elke marktdeelnemer uit te sluiten als door omstandigheden die aan hem zijn toe te rekenen, een overeenkomst is beëindigd. ‘Toerekenbare omstandigheden’ is een te ruim begrip want ziet ook op gevallen waar geen sprake is van kwade opzet of nalatigheid van een zekere ernst. Volgens het Hof is ‘ernstige fout’ dus niet te vervangen door ‘toerekenbare omstandigheden’. Nu niet is toegestaan van de richtlijnen afwijkende uitsluitingsgronden te formuleren kon de naleving van de Poolse wet niet worden afgedwongen.

Een eerdere wanprestatie leidt dus niet per definitie tot uitsluiting en voor het aannemelijk maken van zo’n beroepsfout ligt de lat hoog.