Medewerkingsplicht bij toezicht geharmoniseerd door een nieuwe regeling in de Awb

18.08.2021

 

Op grond van artikel 5:20, eerste lid, van de Awb is eenieder verplicht om alle medewerking te verlenen aan een toezichthouder bij de uitoefening van zijn toezichthoudende bevoegdheden. Door deze medewerkingsplicht kunnen toezichthouders de aan hen toekomende bevoegdheden daadwerkelijk effectueren. Zo is iemand bijvoorbeeld verplicht om op vordering van een toezichthouder een deur te openen, bepaalde inlichtingen te verstrekken of gegevens en bescheiden af te geven.

Vóór 1 juli 2021 konden bestuursorganen de medewerkingsplicht niet via de Awb handhaven. De Awb bood namelijk geen algemene bevoegdheid aan bestuursorganen om bestuurlijke sancties op te leggen, indien niet of onvoldoende werd meegewerkt bij de uitoefening van de toezichthoudende bevoegdheden van de toezichthouder. Bestuursorganen konden in geval van niet-medewerking aangifte doen bij het Openbaar Ministerie. Het opzettelijk niet voldoen aan een ambtelijk bevel is immers een overtreding van artikel 184 Wetboek van Strafrecht. Daarnaast had de wetgever in allerlei bijzondere wetten wél voorzien in de mogelijkheid om bij niet-medewerking bestuursdwang toe te passen en/of een last onder dwangsom op te leggen (zie bijvoorbeeld de vóór 1 juli 2021 geldende versies van artikel 32 Warenwet, artikel 13c Opiumwet en artikel 5.14 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht).

Door het toevoegen van een nieuw (derde) lid aan artikel 5:20 Awb per 1 juli 2021 heeft de wetgever een algemene grondslag gecreëerd voor bestuursorganen om de medewerkingsplicht te handhaven. Zij hoeven derhalve niet meer in de bijzondere wetten te zoeken naar een wettelijke grondslag voor het handhaven van de medewerkingsplicht, maar kunnen nu direct in de Awb een grondslag vinden voor het opleggen van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom.

Het gevolg van deze wetswijziging is dat de handhavingsbevoegdheden die zien op het niet naleven van de medewerkingsplicht geharmoniseerd zijn in de Awb. Deze handhavingsbevoegdheden die voorheen in de bijzondere wetten waren geregeld zijn nu ingetrokken of gewijzigd. Het doen van een aangifte door het bestuursorgaan wegens schending van artikel 184 Wetboek van Strafrecht blijft wel nog mogelijk.

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met één van de advocaten van onze praktijkgroep Overheid en Non-Profit, via info@paulussen.nl of 043 – 321 66 40.

Nieuws Overzicht