
Inleiding
Nederland staat voor de opgave om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Onderdeel van dit doel is om de gebouwde omgeving te verduurzamen. Deze verduurzaming vindt onder meer plaats op het niveau van de warmtevoorziening van de gebouwde omgeving. De komende jaren zal daarom een transitie moeten plaatsvinden waarbij het gebruik van aardgas wordt vervangen door duurzame alternatieven. Om deze warmtetransitie te ondersteunen, zijn de afgelopen jaren de bestaande regels over collectieve warmtevoorzieningen tegen het licht gehouden. Daaruit is onder meer de Wet collectieve warmte (“Wcw”) voortgekomen. Deze wet treedt naar het nu lijkt vanaf medio 2026 (gefaseerd) in werking. Over de Wcw schreven wij eerder al een signalering.
In de wettekst van de Wcw wordt regelmatig verwezen naar nadere regels die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur zullen worden gesteld. Met het Bcw wordt hieraan invulling gegeven. Op dit moment doorloopt een ontwerp van het Bcw het wetgevingsproces. Naar aanleiding van een uitgevoerde internetconsultatie is op 23 januari 2026 een nieuwe versie van het Bcw gepubliceerd.
De Wcw en het Bcw vullen elkaar aan. In bepaalde gevallen ontstaat pas een compleet beeld van de regels over de warmtetransitie wanneer zowel de wet als het besluit naast elkaar worden gehouden.
Wij noemen twee opvallende voorbeelden.
Ten eerste: de Wcw bevat een bepaling die regelt dat de omvang van een warmtekavel zodanig moet zijn dat dit leidt tot een efficiënte warmtetransitie in de gemeente. Wat in dit kader als efficiënt wordt beschouwd laat de Wcw in het midden. Het ontwerp-Bcw bevat op dit punt wel een concretisering. Als het college een warmtekavel vaststelt met een omvang van maximaal 1.500 aangeslotenen, dan moet het college motiveren waarom deze beperkte omvang noodzakelijk is voor een efficiënte warmtetransitie. Hieruit maken wij op dat collectieve warmtesystemen met meer dan 1.500 aangeslotenen in beginsel worden beschouwd als bevorderlijk voor een efficiënte warmtetransitie. Daarentegen zijn kleine collectieve warmtesystemen (1500 aansluitingen of minder) volgens de systematiek van de Wcw/Bcw in beginsel niet bevorderlijk voor een efficiënte warmtetransitie. Wel bestaat de mogelijkheid om het tegendeel te onderbouwen, dus maatwerk blijft mogelijk. In de toelichting bij het Bcw wordt deze mogelijkheid voor maatwerk als relevant beschouwd voor kleinere dorpen en kernen, alsmede meer afgelegen gebieden in steden.
Ten tweede: de Wcw biedt een basis voor het vaststellen van een norm voor de maximale CO2-uitstoot die het gevolg is van warmtelevering via warmtenetten. Het idee achter zo’n norm is dat warmtenetten pas echt bijdragen aan een klimaatneutraal Nederland in 2050 wanneer deze tot stand komen op basis van activiteiten met zo min mogelijk CO2-uitstoot. In het Bcw wordt de norm geconcretiseerd. Kort gezegd, omvat de norm de maximale uitstoot aan CO2 (in kilogrammen) per eenheid geleverde warmte in gigajoule. De norm gaat in 2030 gelden en wordt per jaar strenger tot een nul-norm in 2050. Let wel: uit de Wcw volgt dat het niet voldoen aan de norm op termijn het gevolg kan hebben dat de aanwijzing van het warmtebedrijf dat warmte levert op de betreffende kavel wordt ingetrokken door het college.
Onze expertise
Het Bcw geeft op veel meer punten invulling aan de regels uit de Wcw. We adviseren u hier graag over. Ons kantoor volgt de ontwikkeling van de Wcw en daarmee samenhangende wetgeving nauwgezet. Wij adviseren overheden, warmtebedrijven, VvE’s, verhuurders en andere belanghebbenden. Heeft u vragen, dan helpen wij u graag bij het in kaart brengen van de juridische gevolgen én kansen die de Wcw biedt. Neem gerust contact op met onze specialisten voor een vrijblijvende kennismaking of een verdiepende analyse van uw specifieke situatie.
De specialisten van Paulussen die voor u klaar staan zijn Bert Lejeune, Roel Mertens, Bart Lenferink, Patou Courtens, Emiel de Bruijne en Jesse Simonis.
Nieuws Overzicht